FLEX FOREVER OF FLEXSCHRIK?

De afgelopen jaren heeft de Nederlandse flexschil een omvang bereikt die internationaal uniek is. En: we zijn productief, hebben een hoge arbeidsparticipatie en een lage werkloosheid. Dus het recept voor succes?

De schaarste neemt alsmaar toe
De werkloosheid is afgelopen zomer gedaald naar 3,8% en ligt nu alweer zowat een halfjaar onder de kraptegrens van 4%. Niet gek dat volgens de 3-maandelijkse conjunctuurenquête 25% van de werkgevers zegt moeite te hebben met het vinden van goede kandidaten voor hun vacatures. Ongeacht of het chauffeurs, schoonmakers, elektriciens, IT’ers, financieel specialisten, onderwijzers of medisch specialisten betreft. De uitzendbranche spant nog steeds de kroon: maar liefst 58% van de uitzendbureaus meldt een belemmerend tekort aan arbeidskrachten.

Flex en economie internationaal
In het tweede kwartaal van 2018 omvatte de Nederlandse flexschil 34,6% van alle werkenden. Een jaar eerder bereikten we het historische flexpercentage van 35,3%. Langzaam maar zeker wint het vaste contract de afgelopen vier kwartalen weer terrein: wellicht mede dankzij de krapte groeide het aantal vaste contracten het afgelopen voorjaar met liefst 3,1% terwijl de flexschil nog maar 0,3% groeide.

In de Europese Unie bestaat de gemiddelde flexschil uit 22% van de werkenden. Dat is even andere koek! Vooral de Nederlandse jongeren zijn geconfronteerd met een ‘flexplosie’. Bij de werkenden tussen 20 en 25 jaar piekte het aandeel flexwerkers in de zomer van 2017 op liefst 67%; een percentage dat nu op 63% staat maar komt van 37% in 2004. Bij 25-plussers is nu 28% flexwerker ten opzichte van 18% in 2004.

Tegelijkertijd geldt dat de jeugdwerkloosheid bijna nergens zo laag is als hier: 8,9% in 2017. Binnen de EU was dat 16,8%, Duitsland scoort nog beter met slechts 6,8% maar Spanje vliegt uit de bocht met 38,6%. Van alle jongeren in Nederland heeft 27% een baan met een vast contract. Ter vergelijking: van alle 15- tot 65-jarige Nederlanders is dat 50%. Van alle jongeren in de EU heeft gemiddeld maar 18% een vast contract, Duitsland scoort ook hier bovengemiddeld met 22% en Spanje komt niet verder dan 5%. Veel flex dus bij onze jongeren, maar ook veel perspectief: na hun 25e komt dat vaste contract er waarschijnlijk echt wel. Want ook op economische groei, arbeidsparticipatie, arbeidsproductiviteit en werkloosheid scoren wij in de Europese top.

Flexipathie
Flexwerk lijkt dus op grond van de zojuist opgesomde Nederlandse prestaties een sterk positief effect te hebben op de welvaart: hoe groter de flexschil, hoe groter het succes. Was die conclusie maar zo makkelijk te trekken. Zouden we misschien niet nóg beter presteren met wat mínder flex? Op het niveau van individuele organisaties wordt duidelijk dat de relatie tussen het flexpercentage en succes niet eenduidig is. ASML, één van de best presterende bedrijven én beste werkgevers van Nederland, had tot voor kort ongeveer 1/3 van zijn mensen in de flexschil. PostNL nam zijn zzp-postbodes weer in vaste dienst en digi-reuzen als Uber en Deliveroo, die al hun operationele personeel in de flexschil hebben, oogsten bakken vol kritiek. Daarnaast toonde onderzoek eerder dit jaar aan dat werkgevers hun flexwerkers minder opleiden dan hun vaste krachten – geen goede zaak in een kenniseconomie. Vakbond FNV heeft met de campagne ‘Het Offensief’ de strijd aangebonden met de toenemende flexibilisering.

Scenario’s
Het lijkt er sterk op dat we in de zomer van 2017, met een flexschil van 35,3% van alle werkenden, de Peak Flex hebben bereikt. De schreeuwende behoefte aan personeel op bijna alle niveaus en in vele beroepen leidt ertoe dat werkgevers inmiddels bereid zijn om middelen in te zetten die we lange tijd niet hebben gezien: er worden reizen aangeboden, mooie en duurdere leaseauto’s, andere spannende arbeidsvoorwaarden en… vaste contracten. Sinds ruim een jaar neemt de flexibilisering van de Nederlandse personeelsbestanden weer af.

Dat is niet voor het eerst, die flexkrimp: is dit weer het bekende stapje terug voor een aanloopje, voor de volgende flexsprong vooruit? Of hebben we de flexgrens bereikt? Zit de flexschrik er dit keer écht in? Welk scenario ziet u voor zich? Wat is úw visie?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Wellicht ook interessant