GEZOND EN VEILIG WERKEN WIL TOCH IEDEREEN?

Waar vindt STAF zijn oorsprong?

“In 2007 besloten sociale partners gezamenlijk de aandacht voor gezond en veilig werken concreet in te vullen. CNV Vakmensen, De Unie, FNV Bondgenoten en LBV starten de samenwerking namens de werknemers en ABU en NBBU namens de werkgevers. Daarmee was de oprichting van STAF een feit.”
“Als je dan een en ander uitdrukt in getallen, komt het erop neer dat we vandaag de dag de belangen vertegenwoordigen voor, op jaarbasis, zo’n 800.000 uitzendkrachten en zo’n 30.000 medewerkers van uitzendbureaus, de intercedenten. En in totaal zijn het een kleine 5.000 uitzendondernemingen, bemiddelingsbureaus en detacheringsbureaus in Nederland die afdragen aan onze stichting.”

Wat doe je voor al die mensen en bedrijven?
“Waar we mee zijn begonnen is vaststellen wie op welk moment waarvoor verantwoordelijk is. Dat is belangrijk omdat je te maken hebt met een driehoeksverhouding tussen twee werkgevers en een werknemer. De een is materieel werkgever en de ander is formeel werkgever. Het gaat erom dat zij met elkaar goede afspraken maken over de veiligheid van werknemers, ongeacht het soort overeenkomst, op basis waarvan ze aan het werk zijn. Om die afspraken te kunnen maken is kennis nodig en daarin faciliteren wij: voor alle informatie, kennis en inzichten die nodig of wenselijk zijn in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet staat STAF ter beschikking. Daarnaast werken we veel samen en stimuleren wij de samenwerking met brancheorganisaties uit vrijwel alle sectoren waarin uitzendkrachten veelvuldig actief zijn. Zonder goede samenwerking geen informatie-uitwisseling en dus geen goede kennisdeling”

Hoe breng je die kennis naar de markt?
“Via onze website is heel veel informatie beschikbaar, uiteenlopend van tools als de Handreiking Uitzendwerk waarin staat wat je allemaal kunt doen om iemand gezond en veilig te laten starten op een nieuwe werkplek tot en met Arbo-checklists voor verschillende werkzaamheden. Die middelen zijn erop gericht om de twee werkgevers te faciliteren in de mogelijkheden om iemand heel actief te begeleiden op een werkplek, zodat hij wordt ingewerkt, over de juiste en dezelfde gelijkwaardige beschermingsmiddelen beschikt en toegang krijgt tot de preventiemedewerker. En dat hij, zelfs als hij eventueel klachten ontwikkelt maar nog niet ziek is aan de bedrijfsarts van het bedrijf vragen kan stellen.”

Veel is gericht op preventie?
“Voorkomen is beter dan genezen. Onze checklists zijn in dat kader een belangrijk hulpmiddel. Als iemand bijvoorbeeld in de bouw gaat werken, wordt op voorhand via de checklist inzichtelijk met welke risico’s iemand in een bepaalde functie te maken krijgt en welke maatregelen of oplossingen voorhanden zijn om goed met die risico’s om te gaan. Net zo als je in de driehoek alle informatie uitwisselt over werktijden en contractvoorwaarden, doe je dat ook met risico-informatie. Vooraf duidelijkheid verschaffen over wie vanuit de inlener de kandidaat inlicht over de noodzakelijke beschermingsmiddelen en wie inwerktraject voor zijn rekening neemt, is een wettelijke vereiste. We ontwikkelen dit soort Arbo-risicochecklists overigens samen met mensen uit de sectoren, van de afvalverwerkingsindustrie en de bouw- en metaalsector tot magazijnen en productie, als een toegevoegde waarde.”

Dat is de theorie, maar werkt het in de praktijk ook zo?
“We focussen ons op de dingen die ertoe doen. Dus ook op het kweken van bewustwording bij de inlenende bedrijven dat het belangrijk is om een actieve rol hierin te pakken. Dat gebeurt eveneens via voorlichting. We zijn momenteel bezig met de Stichting Samenwerking voor Veiligheid (een samenwerkingsverband van 22 (branche)organisaties uit de Nederlandse industrie – red.) om een database te realiseren met risico’s versus oplossingen. Zodat iedereen, of jij nou ergens al vijftig jaar vast in dienst bent of pas vijf dagen als uitzendkracht werkt, over dezelfde actuele kennis kan beschikken.”

“Die benadering werkt. We kunnen zien hoe vaak de Arbo-checklists gedownload worden en dat is op jaarbasis meer dan 12.000 keer. Dat is veel, want je hoeft zo’n checklist in principe maar één keer per jaar te downloaden, zoveel verandert er natuurlijk niet. Het betekent dat een flink aantal uitzendondernemingen op een eenvoudige manier over goede relevantie informatie beschikt.”

Wordt die dialoog over veiligheidsissues ook met inleners intensief gevoerd?
“Natuurlijk varieert dat, maar ik weet dat het intensief wordt gedaan omdat de behoefte aan gerichte informatie er daadwerkelijk aan alle kanten is. En een werkgever heeft bijzonder veel informatie. Alleen, er zijn weinig werkgevers die de risico-inventarisatie en -evaluatie hebben vertaald naar de functiespecifieke werkplek. En dat is wel waar ik naartoe wil. Zo deel je slimmer en gerichter je informatie. Die checklists zijn daar een opmaat naar. Alleen wil ik die informatie hebben over héél véél beroepen, deze snel op maat gemaakt beschikbaar kunnen stellen. Vandaar die database. Hoe meer variabelen daarin beschikbaar zijn, des te makkelijker het wordt om risico’s binnen een bepaald vakgebied in kaart te hebben en die vervolgens op basis van relevantie voor een bepaalde taak of type werkzaamheden te kunnen selecteren. Dan krijg je een soort lastminute risicoanalyse waarbij je heel expliciet op een taak en omgeving in kunt gaan en iemand zinvol en gericht kunt informeren. Een dergelijke database is alleen te realiseren met medewerking van alle sectoren. Dus er zijn nog aardig wat stappen te zetten, maar we zijn erover in gesprek.”

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Wellicht ook interessant