HET KOFFERTJE VAN LIEFTINCK…

 

Prinsjesdag, een fenomeen dat bol staat van rituelen en tradities. De naam is lang in gebruik als metafoor voor de verjaardag van stadhouder Prins Willem V. Dat verandert als in 1815 het Koninkrijk der Nederlanden wordt uitgeroepen. Vanaf dan markeert Prinsjesdag de jaarlijkse eerste vergadering van de Staten-Generaal. Vandaag de dag zijn er naast de traditionele rit met de Gouden Koets en de balkonscène op het Paleis Noordeinde nog twee iconische hoogtepunten te beleven, met elk een eigen geschiedenis. En dit jaar elk een eigen jubileum.

De rijksbegroting en Miljoenennota, de inhoudelijke hoogtepunten van deze dag, worden elk jaar door de minister van Financiën aan de Tweede Kamer aangeboden in een koffertje met de tekst ‘Derde dinsdag in september’.

Die traditie dateert uit 1947. Minister van Financiën Pieter Lieftinck – vooral bekend om het ‘Tientje van Lieftinck’ dat Nederlanders na de oorlog in 1945 kregen uitgereikt om de week van de geldzuivering te overbruggen – achtte het gepast om de eerste rijksbegroting na de Tweede Wereldoorlog op formele wijze aan te bieden.

In zijn opdracht werd bij leerhandel Van de Broek op de Laan van Meerdervoort in Den Haag een bruin lederen koffertje aangeschaft. Kosten: een paar gulden. De koffer werd met letters van goud papier versierd met de tekst ‘Derde dinsdag in september’. Dit exemplaar bestaat nog steeds en bevindt zich in het Belasting & Douane Museum in Rotterdam.

De traditie dreigde na tien jaar te verdwijnen toen PvdA-minister Henk Hofstra besloot om de stukken gewoon in zijn aktetas mee te nemen naar het Binnenhof. Na aandringen van een clubjes studenten, dat de minister een nieuw koffertje cadeau deed, maakte de traditie een jaar later een doorstart. Het huidige exemplaar is door De Staatdrukkerij, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de drukkerij, in 1964 aangeboden aan VVD-minister Johan Witteveen. Het zal ook dit jaar weer dienst doen, op de 70-ste verjaardag van deze traditie.

 

… en de hoed van Terpstra

Erica Terpstra studeerde in Leiden waar het in de academische wereld usance was om bij officiële gelegenheden een hoed te dragen. Daarom besloot zij in 1977, het jaar waarin zij voor het eerst een Troonrede mocht bijwonen, mede uit respect voor de koningin, een hoed te dragen. Behalve de koningin en een dame van het corps diplomatique was zij de enige met een hoed, waarop zij zich verbaasd afvroeg: “Als dit geen moment is om een hoed te dragen, wanneer dan wel?”

Haar oproep vond een jaar later gehoor bij vele vrouwelijke Kamerleden waardoor Prinsjesdag werd verrijkt met een nieuwe traditie. Eentje waarvan we dit jaar dus het 40-jarig jubileum vieren. In die tijd is het hoofddeksel uitgegroeid tot een uithangbord voor ontwerpers met grote ambities en politici met een boodschap. Zo tooide voormalig SP-Kamerlid Krista van Velzen zich in 2005 met een 8 kilogram zware hoed van autobanden als statement richting het asfaltbeleid van de toenmalige regering. Haar SP-collega Harry van Bommel deed niet veel voor haar onder met zijn ‘Robin Hoed’ waarmee hij de inkomsten ongelijkheid aan de kaak wilde stellen. Bent u ook zo benieuwd wat dit jaar aan spraakmakende hoofddeksels oplevert?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Wellicht ook interessant