KABINET MAAKT VAART MET HERVORMING ARBEIDSMARKT

Flex en vast werk worden dichter bij elkaar gebracht

De arbeidsmarkt gaat de komende jaren op de schop. Het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat mensen tot hun pensioen in een vaste baan doorwerken. Op dit moment hebben zelfs ruim 2 miljoen Nederlanders een flexibele arbeidsrelatie.

Dat zijn 1,5 miljoen zzp’ers en circa 800.000 uitzendkrachten. Dat is tezamen 2,3 miljoen Nederlanders. Van de zzp’ers werken er bijna 300.000 als uitzendkracht. Overigens heeft nog steeds de overgrote meerderheid van de werknemers een vaste baan: bijna 5,2 miljoen mensen.

De enorme groei van het aantal flexwerkers maakt belangrijke aanpassingen noodzakelijk. Dit stelt minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) in de memorie van toelichting op zijn begroting 2019.

Arbeidsmarkt
In het najaar stuurt Koolmees de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) naar de Tweede Kamer. Deze wet moet op 1 januari 2020 worden ingevoerd en het aantrekkelijker maken voor bedrijven om mensen in vaste dienst te nemen. Anderzijds wordt de rechtspositie van oproepkrachten en payrollwerknemers versterkt.

Dit kan volgens de bewindsman door een serie maatregelen te treffen:

  • Een verlenging van de proeftijd van mensen in vaste dienst;
  • De mogelijkheden om een flexibele arbeidsovereenkomst aan te gaan te verruimen waar de aard van het werk dit vereist;
  • Verlaging van de transitievergoeding voor langdurige arbeidsovereenkomsten en tegelijkertijd vanaf de eerste dag recht op transitievergoeding bieden;
  • Het voorkomen van concurrentie op arbeidsvoorwaarden bij payrolling.

Werkgevers die vaste contracten aanbieden krijgen een steuntje in de rug: voor deze vaste contracten gaan zij een lagere WW-premie afdragen dan voor flexibele contracten.

Foto: Hollandse Hoogte

Drie jaar
Verder wordt de periode waarna opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd verlengd van twee naar drie jaar. De mogelijkheid voor werkgevers om met oproepcontracten te anticiperen op schommelingen in de vraag blijft behouden, maar het kabinet doet wel voorstellen om de positie van oproepkrachten te versterken en om negatieve effecten, zoals permanente beschikbaarheid, te voorkomen.

Minister Koolmees signaleert – met onverholen trots – dat de groei van het aantal vaste banen in de eerste twee kwartalen van 2018 groter was dan die van het aantal flexibele banen. Dat is voor het eerst sinds 2009 weer het geval.

Dit komt ook omdat steeds meer werkgevers sneller een vast en gunstig contract aanbieden in de hoop dat de werknemer toehapt. In een aantal sectoren (bouw, horeca, it) is namelijk een enorm tekort aan personeel. De bewindsman signaleert dat in deze en andere sectoren waar de vraag naar personeel groter is dan het aanbod de salarissen en bonussen fors zijn gestegen. Ook steeds meer flexwerkers en zzp’ers zien hun looneisen vaker in vervulling gaan.

In het tweede kwartaal van 2018 zijn er 159.000 meer werknemers met een vaste arbeidsrelatie dan een jaar eerder. Dat is een groei van 3,1%.

Maar het gewicht van de uitzendbranche en de groei van het aantal zzp’ers is ook onmiskenbaar. In de uitzendbranche steeg het aantal banen in 2017 met 50.000 tot boven de 800.000 en alle signalen wijzen erop dat ook 2018 een prima jaar wordt.

Concurrentie
Het kabinet komt op termijn ook met maatregelen die meer duidelijkheid zouden moeten geven over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking van zzp’ers. Koolmees wil de schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegengaan. Voor eens en voor altijd moet duidelijk worden of je bij een bedrijf in vaste dienst bent of niet.

Voor veel zelfstandigen en hun opdrachtgevers is de huidige regelgeving onduidelijk of onnodig ingewikkeld. De maatregelen zouden een einde moeten maken aan de problemen rondom schijnzelfstandigheid en de onzekerheid over een dienstbetrekking.

Koolmees vindt het belangrijk dat zzp’ers zich kunnen verzekeren tegen bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid. Het kabinet gaat met verzekeraars in gesprek om een beter verzekeringsaanbod te bevorderen. Ook zouden meer zzp’ers moeten kunnen meedoen aan een zekere pensioenopbouw. Ook al omdat het aantal zzp’ers niet meer is weg te denken uit onze samenleving.

Koolmees, maar ook minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), maken zich zorgen over het groeiend aantal vrouwen dat slechts een beperkt aantal uren per week als parttimer werkt. Ons land is weliswaar Europees koploper op het gebied van deeltijdbanen, maar vele honderdduizenden vrouwen werken slechts een beperkt aantal uren per week.

Kennelijk is het voor veel mensen (bijvoorbeeld ouderen, vrouwen) uit financieel oogpunt niet, of bijna niet, noodzakelijk deel te nemen aan het arbeidsproces. Als deze groep per week een paar uur (meer) zou gaan werken, dan kunnen talloze vacatures worden opgevuld en menig werkgever een zucht van verlichting laten slaken. Ofschoon het kabinet vindt dat er meer vaste banen moeten komen, moet het belang van flexwerkers alleen al vanwege bovenstaande argumentatie niet worden onderschat, immers mensen die een paar uur per week werken, doen dat meestal in flexibele vorm. Bovendien willen tal van flexwerkers, die het momenteel voor de wind gaat, helemaal geen vaste baan meer, blijkt uit de begrotingsstukken.

Volgens Sociale Zaken is het overgrote deel van de uitzendkrachten tevreden over hun ‘dienstverband’ en de beloning. Nog sterker: zelfstandige ondernemers, hoe klein ook, zijn het meest tevreden over hun werk. Een op de drie werknemers zonder vast dienstverband wil helemaal geen vaste baan. Dat geldt vooral voor oproep- en invalkrachten.

Uitzendkrachten aan de onderkant van de arbeidsmarkt waren relatief het minst tevreden over hun positie als werknemer, omdat ze moeilijk een vaste baan konden vinden. Maar ook dit beeld verandert snel door de krachtige economische groei waardoor steeds meer bedrijven dringend op zoek zijn naar werknemers in vaste dienst.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Wellicht ook interessant