TIJDELIJKE WERKERS: DE DUIVEL IN EIGEN PERSOON OF VAN GROTE WAARDE?

Als je hoort hoe negatief sommige vakbonden, politici, opiniemakers en zelfs vertegenwoordigers van gerespecteerde instituties als TNO en De Nederlandsche Bank spreken over de effecten van flexwerk op de ontwikkeling van lonen en welvaart, zekerheden, gezondheid en veiligheid dan lijken tijdelijke werkers de duivel in eigen persoon. Is dat nu terecht of niet?

Als voorzitter van de NBBU vind ik dat uiteraard onterecht. Sterker nog, ik vraag mij wel eens af wie er in Nederland nog voor de tijdelijke werkers opkomt? En hoe kan het dat, ondanks al die negativiteit, de tevredenheid over het werk onder zzp’ers het hoogst is, gevolgd door die van werknemers in vaste dienst en op kleine afstand daarvan weer door de waardering door werknemers met tijdelijk werk?  

Feit is dat tijdelijke werkers in veel bedrijven een substantieel en onmisbaar deel van het werknemersbestand vormen. Een aandeel dat van groot belang is voor de prestaties van bedrijven en de werkveiligheid in bedrijven. Bij arbeidsbemiddelaars als uitzenders, payrollers of zzp-bemiddelaars vormen deze arbeidskrachten zelfs het grootste deel van hun bestand. Voor de prestaties van bedrijven, de medewerkersbetrokkenheid, de veiligheid en het verzuim is het dan ook van groot belang hoe bedrijven en arbeidsbemiddelaars met hun tijdelijke werkkrachten omgaan. Worden zij puur als tijdelijke werknemers bejegend of maken zij volwaardig deel uit van het bedrijf? Wordt er met hen gesproken over hun ambities, hun wensen ten aanzien van werk en werktijden en wordt er geïnvesteerd in hun inwerkprogramma, integratie in het bedrijf en in hun toekomst? En wie neemt daartoe het initiatief, de arbeidsbemiddelaar of het bedrijf waar iemand werkt? Of beide?    

Allemaal vragen waar bedrijven en arbeidsbemiddelaars verschillend op zullen antwoorden, overigens ook met betrekking tot hun medewerkers in vaste dienst. Uit recent internationaal vergelijkend onderzoek in 142 landen door het Amerikaanse research en consultingbedrijf Gallup blijkt dat de medewerkersbetrokkenheid in Nederland slechts 9% is terwijl het Europees gemiddelde op 14% ligt.* In Denemarken is het niet minder dan 21%, in de Verenigde Staten zelfs 30%. Opvallend, vindt u niet? De critici zullen dit vast en zeker ook wijten aan tijdelijke werkers. Maar hoe kan het dan – zo vraag ik hen – dat de cijfers in de Verenigde Staten zoveel hoger zijn? Zijn de arbeidsomstandigheden daar zoveel beter?     

Het is hoog tijd om iets aan die lage medewerkersbetrokkenheid te doen. Want medewerkers die zich niet betrokken voelen, in vaste dienst of niet, kunnen een risico vormen voor zichzelf, voor anderen en uiteindelijk zelfs voor het voortbestaan van het bedrijf. Zij zijn namelijk minder gelukkig, tonen een hoger verzuim, hebben meer kans op ongelukken en zijn minder productief. Des te meer reden dus voor bedrijven en arbeidsbemiddelaars om met álle medewerkers vol in te zetten op medewerkersbetrokkenheid.

Elke werknemer, ongeacht de soort arbeidsovereenkomst, is immers van grote waarde. Laten we dat dan ook met elkaar uitdragen. En laten we als werkgevers, intermediairs en arbeidskrachten ons sámen inzetten voor een grotere (mede)werkersbetrokkenheid in Nederland. En het geluk, de gezondheid, de veiligheid en de productiviteit verhogen.

Brigitte van der Burg

Voorzitter NBBU

 

*Bron: It all begins with people; De kracht van medewerkersbetrokkenheid – Derick-H. Maarleveld, 2017 (ISBN10: 9463451242)

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Wellicht ook interessant